| |
 |

Al dente, fileren,
sauteren, ... Je hoort of leest ze vaak deze keukentermen,
maar je weet misschien niet precies wat ze betekenen.
Om de hobbykoks onder ons een beetje te helpen, stelde
Knorr dit culinair lexicon op. Klik
op de letter van uw keuze om de desbetreffende keukenterm
op te zoeken...
Reduceren:
Ook " inkoken " genoemd. Het verhitten van een vloeistof in een open pan met als doel de smaak te concentreren en de hoeveelheid te verminderen doordat een deel van de vloeistof verdampt. Deze techniek wordt toegepast bij o.a. de bereiding van fonds , glaces en sauzen.
Rijsmiddel:
Product dat aan deeg of beslag wordt toegevoegd om het gebak luchtiger te maken. Veel gebruikte rijsmiddelen zijn gist en bakpoeder.
Rijzen:
Het uitzetten van deeg of gebak door toevoeging van een rijsmiddel of het in volume toenemen van gerechten (vb. soufflés) waaraan stijfgeklopt eiwit is toegevoegd.
Roerbakken:
Wordt in de volksmond ook "wokken" genoemd. Maar is eigenlijk het bakken van kleine stukjes ingrediënten die voortdurend worden omgeschept om het proces van gaar worden regelmatig en vlot te laten verlopen.
Roosteren:
Het bereiden van voedsel op een rooster (boven een gloeiende houtskool). Ook "Barbecuen" genoemd.
Roux:
Mengsel van gesmolten margarine en bloem en dat gebruikt wordt voor het binden van soepen en sauzen.
|
| |
| |